boekkaft
Niet verkrijgbaar in Dizzie winkel

Poort van de zon

Elias Khoury

2 waarderingen
ISBN:
9789041412270
Jaar:
2010
Uitgeverij:
The House of Books
Druk:
1ste
Genre:
Romans
Pagina's:
528
Originele taal:
Nederlands
Toegevoegd door:
janb
Meer kenmerken

Het is 1995, vijf jaar na het einde van de Libanese Burgeroorlog. In een noodhospitaal van het Palestijnse vluchtelingenkamp Shatila in een buitenwijk van Beiroet heeft het lot twee mannen bij elkaar gebracht. Joenis, een vrijheidsstrijder die zijn sporen heeft verdiend in de oorlog van 1948, ligt in coma. Zijn beschermeling Khaliel, een veertigjarige Palestijnse verpleger die in het kamp is geboren en nooit zijn vaderland heeft gezien, weigert te aanvaarden dat zijn held ten dode is opgeschreven.
Als een moderne Shahrazaad besluit hij binnen de vier muren van de ziekenhuiskamer de levensgeschiedenis van Joenis te vertellen, in de hoop hem weer tot leven te wekken. Daarmee opent hij een stuwmeer van verhalen over grootmoeders en grootvaders, vroedvrouwen en kinderen, echtgenoten en minnaars. De liefde tussen Joenis, die Israël niet meer binnen mag, en zijn vrouw Nahiela, die destijds is achtergebleven, en hun heimelijke ontmoetingen in de grot van Baab as-Sjams (de Zonnepoort), lopen als een rode draad door het verhaal.
Maar Poort van de zon is meer dan alleen een indrukwekkend epos. Khoury maakt het Palestijnse drama tot een algemeen menselijk drama. Hij weigert de Palestijnen alleen als helden of slachtoffers af te schilderen; sommigen worden ontmaskerd als lafaards, profiteurs en egoïsten. Het resultaat is een meesterlijke vertelling over universeel-menselijke thema’s: verlies en overleven, liefde en verslagenheid, geheugen en droom.

2 recensies

Recensies over Poort van de zon (2)

Te lang gewacht met het schrijven van een reactie maar wilde er toch nog wat over zeggen omdat ik het een belangwekkend en fascinerend boek vind. Het viel me in het begin niet mee maar toen ik had losgelaten om àlles te willen snappen en te weten ...
lees verder

Te lang gewacht met het schrijven van een reactie maar wilde er toch nog wat over zeggen omdat ik het een belangwekkend en fascinerend boek vind. Het viel me in het begin niet mee maar toen ik had losgelaten om àlles te willen snappen en te weten wie, wie is, ging het beter. Het verhaal springt namelijk nogal van de hak op de tak, waardoor ik bijvoorbeeld moeite had met de chronologie en omdat er zoveel personages genoemd worden, is het soms lastig om ze uit elkaar te houden. Maar ja, de werkelijkheid in de Palestijnse regio is ook nogal chaotisch en wordt door Khoury beschreven aan de hand van uiteenlopende herinneringen van gewone mensen. ‘Mensen die ‘leefden met de angst, met het militaire bewind en met de dood van degenen die hadden geprobeerd de grens over te steken. De mensen kenden zichzelf, hun familie en hun land niet meer’ De verpleger Khaliel vertelt deze verhalen aan de oude strijdmakker van zijn vader, Joenis, deze is getroffen door een herseninfarct en ligt in het Galilea-ziekenhuis in een kamp nabij Beiroet. Hij heeft er vertrouwen in dat deze verhalen Joenis uit zijn coma zullen halen. Het zijn verhalen over dertig jaar Palestijnse en Libanese geschiedenis, het ene verhaal roept het andere op. Herinneringen aan gruwelijkheden, bloedbaden, belegering, vernietiging, verlaten en verwoeste dorpen. Verhalen over vluchten en weer terugkeren, almaar op pad zijn. Met bijzondere aandacht voor de Palestijnse vrouwen die achterbleven om voor de kinderen en ouderen te zorgen. Centraal in de roman staat de liefdesrelatie tussen Joenis en zijn vrouw Nahiela, zij leiden een gescheiden leven. Joenis is na de nakba (de tragedie) van 1948 naar Libanon gegaan om groepen voor de fedajien op te zetten om daarvandaan strijd te voeren voor het vaderland. Hij bezoekt regelmatig Nahiela in het geheim in de grot van Baab as-Sjams (Poort van de zon) en ondanks de grensblokkades lukt dit maar dan stelt Nahiela hem voor de keus om voorgoed weg te blijven of om terug te keren. Maar Joenis heeft zich zojuist aangesloten bij de Fatah en heeft een verantwoordelijke functie… Joenis vertelde ooit aan Khaliel over de gebeurtenissen in 1948: ‘Het was geen oorlog, maar eerder een droom. Je moet niet geloven dat de joden de oorlog van ’48 hebben gewonnen, mijn zoon. In ’48 hebben we niet gevochten, omdat we het niet wisten. Zij hebben gewonnen, omdat wij niet hebben gevochten. Maar zijzelf hebben ook niet gevochten, ze hebben alleen gewonnen. Het leek wel een droom’ en ‘De waarheid is, dat zij die Palestina hebben bezet, ervoor hebben gezorgd dat we ons vaderland ontdekten op het moment dat we het verloren’ Khaliel is in vluchtelingenkampen opgegroeid en heeft Palestina nooit gezien, zijn vader is vermoord, zijn moeder verdwenen en hij is opgegroeid bij zijn grootmoeder Sjahiena in het kamp Shatila. ‘Net als de andere jongens van mijn generatie, was ik nooit serieus naar school geweest. We waren tot de vierde klas van de lagere school gekomen, waarna we ons hadden aangesloten bij een van de militaire jeugdkampen die onder de strijdkrachten vielen. We waren op pad gegaan om de wereld te veranderen en ineens hadden we ontdekt dat we soldaten waren geworden’ En altijd weer die strijd, die zoektocht naar hun verloren dorpen. ‘Waarom moeten wij, van alle volkeren op de wereld, elke dag weer ons vaderland uitvinden, om te voorkomen dat alles verloren gaat en wij in een eeuwigdurende slaap verzinken?’ Een vaderland waar ze niet meer welkom zijn, waar hun huizen of verwoest zijn of bewoond door anderen, de traditionele olijfbomen vervangen door palmbomen, waar Palestijnse kindertjes Hebreeuws leren op school. De Libanees Khoury schreef uit eigen ervaring over de Libanese Burgeroorlog, hij vocht met de Palestijnen tegen de falangisten. Het is behoorlijk doorbijten maar dan wel zeer de moeite waard, een bijzonder mooie en boeiende roman en het geeft weer meer begrip voor de uitzichtloze situatie in deze regio: ’Het vaderland, dat is als je in een afgrond valt, dat je voelt dat je deel bent van een geheel en dat je doodgaat omdat het vaderland dood is… de mensen vielen omdat alles viel’

Een rijk, meerstemmig, genuanceerd, complex en imponerend weefsel van verhalen over het lot van de uit hun land verdreven Palestijnen. De in elkaar grijpende verhalen spelen vanaf 1948 (oprichting van Israël) tot ongeveer 1995 (vijf jaar na de Lib...
lees verder

Een rijk, meerstemmig, genuanceerd, complex en imponerend weefsel van verhalen over het lot van de uit hun land verdreven Palestijnen. De in elkaar grijpende verhalen spelen vanaf 1948 (oprichting van Israël) tot ongeveer 1995 (vijf jaar na de Libanese burgeroorlog). De roman omvat dus zestig jaar Midden-Oosten conflict, vanuit Palestijns perspectief, en laat tamelijk expliciet allerlei gruwelen zien die de Palestijnen hebben ondergaan. En toch is het geen pamflet ‘tegen Israël’ of ‘pro de Palestijnen’. Ten eerste wordt niet ‘het Palestijnse’ verhaal verteld: er is een veelheid van verhalen over een veelheid van Palestijnen, verhalen die een appel doen op ons begrip en meegevoel voor hun treurig lot, maar niet op politieke actie. Daar zijn de verhalen te tastend voor, te onderzoekend, te poëtisch ook. Het gaat in die verhalen eerder om vertwijfeld onderzoek naar wat thuisloosheid voor de Palestijnen betekent, dan om een politieke aanklacht tegen die thuisloosheid. Bovendien zegt een van de personages het volgende over de Holocaust: ‘We hadden moeten voorkomen dat het Nazi-beest zijn slachtoffers op zo’n barbaarse manier zou verslinden. Niet omdat de slachtoffers joden waren, maar omdat hun dood de dood betekende van de mens in onszelf.’ Veel personages zijn ook slachtoffer en dader tegelijk, soms met Arabische én joodse én Christelijke ‘roots’. Aan het woord zijn steeds verliezers, outcasts, zoekers: geen helden. De compositie van deze roman is ook erg vernuftig. In een Palestijns noodhospitaal ligt de oude verzetsstrijder Joenis in coma, en zijn beschermeling Khaliel vertelt hem verhalen (en verhalen in verhalen in verhalen) met de bedoeling Joenis weer tot leven te wekken. Khaliel voert daarbij ook een soort fictieve dialoog met (de uiteraard zwijgende) Joenis, waarin het ook deels draait om Joenis’ eigen levensloop. En die draait eerder om liefde dan om verzet, of beter misschien om liefde áls verzet: jaren lang gaat Joenis illegaal terug naar Israel, en bedrijft daar de liefde met zijn vrouw Nahiela. Dit dan in een verborgen grot met de naam ‘De poort van de zon’, een grot als toevluchtsoord van verboden liefde. Prachtig vind ik dat: de grote heldendaad van deze verzetsman is dus niet een militaire krachttoer, maar het bedrijven van de liefde in een zelf gecreëerde enclave van vrijheid. En even prachtig vind ik dat eigenlijk niet Joenis, maar zijn vrouw Nahiela de grootste heldenrol vervult. Zijn verhaal (evenals het levensverhaal van Khaliel, en evenals diverse ingebedde verhalen) is dus voor een groot deel een liefdesverhaal. Maar liefde is bij Khoury wel een complexe zoektocht: ‘Wat we een liefdesverhaal noemen, is meestal een verhaal over de onmogelijkheid van de liefde. […] Alle minnaars zijn hetzelfde, ze worden de helden van een verhaal over een liefde die zich nooit zal voltrekken, alsof de liefde zich niet kan voltrekken, alsof we er bang voor zijn, of niet weten hoe we erover moeten vertellen, of, en dat is nog erger, alsof we niet in staat zijn haar te beleven’. Toch, de (weliswaar schaarse en onzekere) momenten van hoop in deze roman hebben vaak met liefde te maken. De liefdesgrot wordt niet voor niets ‘poort van de zon’ genoemd. Een zelfde soort onzekere hoop wordt geboden door poëzie, en dus door de poëtische manier van vertellen in deze roman. ‘Poëzie, mijn zoon, dat zijn de woorden waarmee we onze schaamte, ons verdriet en ons verlangen genezen. De dichter hult ons in onze woorden, om onze breekbare zielen te beschermen. Poëzie bevecht de dood, poëzie is tegelijk een ziekte en een remedie. Poëzie verwarmt en verkilt de ziel. Ik heb het koud, dus neem ik mijn toevlucht tot de poëzie. Ik verberg mijn hoofd in haar en vraag haar me te omhullen met haar warmte’. Het Midden-Oosten conflict lijkt uitzichtloos, en het lot van de Palestijnse vluchtelingen eveneens. Dat maakt de bonte veelheid van verhalen ook wel erg treurig. Ook wordt in het prachtige slot (waar ik verder niets over verklap) duidelijk dat Khaliel niet goed weet hoe het nu verder moet met hem en de zijnen. En toch is er dus ook die hoop, hoe vaag en onduidelijk van contour ook, op een nieuw begin: de hoop dat uit liefde en poëzie een nieuw perspectief ontstaat. Schoonheid was volgens Stendhal ‘une prommesse de bonheur’, een belofte van geluk: zoiets is ook de ‘poort van de zon’ voor Joenis en Nahiela, zoiets is voor mij ook dit weefsel van verhalen over Palestijnse verliezers. Dat laatste lijkt misschien gek, want al die verschillende verhalen zijn tot in de vezels doordrenkt van tragiek. Bovendien zijn al die verhalen tastende zoektochten, waarin de problematiek wel verbeeld wordt maar niet opgelost. Niettemin, dankzij die zoekende en tastende verhalen krijgen allerlei marginale Palestijnse personages wel een stem en een gezicht. Hun anonieme lotgevallen hebben nu tenminste de vorm van een poëtisch verhaal. Het boek van Khoury is een verbrokkeld en gefragmenteerd monument voor de Palestijnen, maar niettemin wel een monument, en mooi geschreven bovendien. En precies daardoor biedt deze intens treurige en gefragmenteerde roman ons toch allerlei glimpen van licht.

Heb jij dit boek gelezen? Schrijf hier jouw recensie

Jouw waardering voor dit boek: 0
Dizzie

Let op!

Let op: Je bevindt je nu in de speeltuin van Dizzie. Dit is een testomgeving.
Dat betekent dat alles wat je hier invult of aanpast uiteindelijk verwijderd wordt. De aanpassingen worden ook niet opgeslagen bij je profiel.

Aanpassingen op het huidige Dizzie.nl worden natuurlijk wel gewoon opgeslagen.